De gouden eeuw van Rome / van de volmaakte Trajanus tot Commodus de gladiator

, ,

De twee eeuwen rond het begin van de jaartelling worden doorgaans als glorietijd van het Romeinse Rijk beschouwd. In dit boek betoogt Anton Van Hooff dat juist de tweede eeuw n.C. meer aanspraak maakt op de betiteling Gouden Eeuw. Het Rijk bereikte zijn grootste omvang. Er waren geen burgeroorlogen. Overal heerste een enorme bouwactiviteit, waarvan de ruïnes nu nog getuigen. Zeker in kwantiteit was er een immense productie van beeldende kunst, literatuur en wetenschap. Nooit werden de oude goden met zoveel tempels en festivals geëerd.
Vanaf Nerva (96 n.C.) stierven vijf keizers in hun bed – pas in 192 werd er weer een vorst vermoord: Commodus. Deze despoot brak de reeks van vijf goede keizers af. De beroemde geschiedschrijver Edward Gibbon beschouwde die tijd als de gelukkigste periode van de hele mensheid. In De Gouden Eeuw van Rome maakt Van Hooff duidelijk hoe goede keizers bijdroegen aan Romes Gouden Eeuw – en hoe Commodus, zoals een antieke historicus schrijft, het goud tot verroest ijzer maakte.

16.00

Op voorraad

Ambo|Anthos

2017, softcover, 264pp, mooi exemplaar, 21.5×13.5cm