Drie jaar in Tibet

,

De Japanse boeddhistische monnik beoogde heilige teksten, die men in moeilijk Chinees placht te lezen, in eenvoudig en helder Japans te vertalen. Daartoe wilde hij de oerversies in het Sanskrit en Tibetaans bestuderen. Om die reden reisde hij in 1897 naar India. Hij slaagde er in 1901 in om via slinkse omwegen in Tibet door te dringen, zich voordoend als Chinese monnik. Na veel avonturen en ontberingen bereikte hij Lhasa. Hij zou drie jaar in Tibet blijven. Na terugkomst publiceerde hij zijn bevindingen in dagelijks verschijnende artikelen in de krant. Groot enthousiasme was zijn deel. Tibet was toen, net als nu, erg en vogue. Al snel verscheen een Engelse vertaling. Een deel is in het boek gebundeld. De auteur schrijft ingetogen en rustig analyserend, doorvlochten met bondige zinrijke versregels op momenten dat hij geïnspireerd werd door een bijzondere gelegenheid. De algehele toonzetting is een oprechte, zonder mooipraterij en dweperij. Soms vertoont hij zelfs een zekere afkeer van de Tibetaanse variant van het boeddhisme en van sommige praktijken van – in zijn ogen geperverteerde – lama’s. Bevat een kaart waarop de lange reis staat ingetekend en tien zwartwit afbeeldingen.
(Biblion recensie, B.C. Meulenbeld.)

18.00

Op voorraad

Atlas

1999, linnen gebonden met stofomslag, 608pp, mooi exemplaar, 23.5×16.5cm