Het gebouw van Nederland

,

Wereldtentoonstellingen vormen sinds het midden van de negentiende eeuw podia waarop de deelnemende landen zich internationaal kunnen profileren d.m.v. presentaties van (kunst)nijverheidsproducten. Aanvankelijk gebeurde dat in een grote hal, later in individuele landenpaviljoens. Nederland deed dit voor het eerst in 1910. Dit jaartal is het startpunt van deze gedegen, helder ingedeelde studie waarin de acht Nederlandse paviljoens op de wereldtentoonstellingen t/m 1958 centraal staan. Voorafgegaan door een historische inleiding schetst Van Thoor voor elke tentoonstelling thema, stedenbouwkundige situatie en architectuur. Vervolgens beschrijft zij de Nederlandse deelname, waarbij organisatie, de architectkeuze, de architect zelf en de wel en niet uitgevoerde ontwerpen onder de loep worden genomen, verduidelijkt door talrijke illustraties (zwart-wit, enkele in kleur). Zij geeft antwoord op de vraag in hoeverre deze paviljoens de Nederlandse identiteit (moesten) verbeelden. Tot slot plaatst zij de Nederlandse architectuur in een internationaal perspectief. Het boek is voorzien van een uitgebreid notenapparaat, bibliografie, lijst van geraadpleegde archieven en tijdschriften, registers en een summary.
(Biblion recensie, Drs. C.J.M. Schulte-van Wersch.)

18.00

Op voorraad

Nederlandse paviljoens op de wereldtentoonstellingen 1910-1958

Walburg pers

1998, gebonden met stofomslag, 218pp, fraai exemplaar, 28.5×22.5cm