BRINKMAN, Herman

Het handschrift-Jan Phillipsz.

Middeleeuwse verzamelhandschriften uit de Nederlanden deel 2
Het handschrift-Jan Phillipsz. Is een verzamelcodex die omstreeks de periode 1472-1481 moet zijn samengesteld door Jan Philipsz., de toenmalige stadssecretaris van Leiden. Ook enkele andere ons onbekende kopiisten, hebben er een bijdragen aan geleverd. Het is een collectie van merendeels berijmde teksten, die een grote verscheidenheid aan genres laat zien: antifonen, acrostichons, liedteksten, sproken, spreuken, refreinen, een verslag van een diplomatieke topontmoeting in 1473, een leerdicht en nog veel meer. De rode draad door de hele verzameling heen vormt een serie korte rijmbrieven: devotionele strofische gedichten, vaak geschreven ter gelegenheid van een hoogtijdag en dikwijls gericht aan een als ‘vader ende lieue vrient’ aangesproken persoon. Belangwekkend is ook de zeldzaam vroege overlevering van een cyclus van zes thematisch verwante refreinen. Verder biedt het handschrift de vroegst aanwijsbare rederijkerstekst uit Holland: een tot op heden onbekend gebleven sacramentslof van de eveneens onbekende Leidse auteur Willem bastaard van Wassenair. Thematisch wordt een breed spectrum bestreken: behalve gedichten die betrekking hebben op kerkelijke hoogtijdagen, vindt men er richtlijnen en adviezen voor een juiste levenswandel, gedichten over vriendschap en scheiding, over dood en devotie, over de relatie tussen mens en wereld, over de verlokkingen van de duivel. Daarnaast leest men er onder meer een beschrijving van Bourgondische en keizerlijke pracht en praal, maar ook een medicinaal recept tegen verstopping. Van de 124 tekstnummers is meer dan de helft nog niet eerder naar dit handschrift uitgegeven. Bovendien worden de meeste van deze teksten hier voor het eerst gepubliceerd.

19.50

Uitverkocht

Verloren b.v., uitgeverij

1995, linnen gebonden met stofomslag, 176pp, mooi exemplaar, 24.5×17.5cm, rug licht verschoten.