KRUIF, José de

Liefhebbers en gewoontelezers

, ,

In dit proefschrift tracht de schrijfster het leesgedrag van Haagse lezers uit de achttiende eeuw te achterhalen. Zij baseert zich daarbij in hoofdzaak op de klantenadministratie van de Haagse boekverkoper Pieter van Cleef (actief van 1739 tot 1772) en boedelinventarissen uit het Gemeentearchief, waarin boeken als deel van nalatenschappen staan vermeld. Tot nu toe werd door boekhistorici doorgaans aangenomen dat het aantal titels in de achttiende eeuw toenam door de gegroeide vraag naar boeken, omdat steeds meer mensen leerden lezen. De Kruifs conclusie is echter, dat het grotere aantal titels een gevolg is van een verzadigde markt. Voorts valt de verspreiding van verlichte denkbeelden niet af te lezen aan de boektitels: de meeste Haagse burgers lazen boeken die in de eeuw ervoor ook al populair waren. Pas tegen het eind van de eeuw valt een kentering te bespeuren. Particuliere bibliotheken waren klein; de meeste mensen hadden slechts vijf of zes boeken in huis. De gegevens uit de beschikbare bronnen zijn niet talrijk en onvolledig; De Kruif gebruikt statistische methoden om met haar gegevens te woekeren. Dat maakt haar proefschrift niet gemakkelijk leesbaar en de vraag is of haar ontdekkingen representatief zijn. Toch een intrigerend boek, juist omdat het uitnodigt tot vervolgonderzoek. Verzorgde uitgave.
(Biblion recensie, Peter Turk)

19.50

Op voorraad

Walburg Pers

Nieuw exemplaar 1999, gebonden met stofomslag, 360pp, 25x18cm