Zwaag, W. van der

Twaalf Réveilgetuigen, Willem Bilderdijk en zijn geestverwanten.

,

Bilderdijk werd in 1756 geboren als zoon van de arts dr. Izaäk Bilderdijk en Sibilla Duyzenddaalders. De dag na zijn geboorte werden de ruiten van het huis van zijn vader aan de Westermarkt ingegooid. Bilderdijk zou dit beschouwen als de eerste aanslag in zijn leven. Zijn vader werd het jaar na zijn geboorte benoemd tot belastingcontroleur, zijn medische praktijk was verlopen vanwege zijn orangistische sympathieën.[1] Door toedoen van Anna van Hannover kreeg zijn vader deze baan toebedeeld. Al vroeg werd Bilderdijk gekweld door “gonzingen in het hoofd van vermoeidheid van denken ontstaan” die hem het leven ondraaglijk maakten. Melancholie en doodsverlangen zouden hem zijn leven lang blijven achtervolgen. In zijn zesde levensjaar werd hij getroffen door een ongeluk aan een voet, waardoor ontsteking van het beenvlies optrad. Medische fouten zorgden ervoor dat hij binnen moest blijven, afgesloten van de buitenwereld en zijn leeftijdgenoten. Ruim tien jaar bracht hij grotendeels binnenskamers door, waar hij zich aan de studie, tekenen en schrijven wijdde. Hier legde hij de basis voor zijn fabelachtige kennis van zaken. Hij dankte zijn vaardigheden als tekenaar en etser aan het onderwijs van Johannes van Dreght, die gedurende 10 jaar zijn leraar is geweest.

18.00

Uitverkocht

Koster, Uitgeverij Gebr.

2003, gebonden hardcover, 520pp, mooi exemplaar, 24.5x16cm